TAIGA TRAILS
Taiga Trails
Trektochten & Cursussen
Dag Activiteiten
EFR Träning
Foto's
Reacties & Reisverhalen
Links
Reacties Dagtochten
Vader/Zoon Weekend april 2013
Bushcraft mei 2012
Wolftracking 2012
Survival zomer 2011
Kano & Trektocht juli 2011
Kaart en Kompas cursus 2011
Trektocht voorjaar 2010
Reacties Back to Basic 2009
Visweek voorjaar 2009
Trektocht voorjaar 2009
Trektocht najaar 2008
Trektocht winter 2006
Trektocht winter 2005
Canada zomer/najaar 2005
Trektocht zomer 2005
Canada zomer/herfst 2004
Bart de Haas, Wildernisethiek
Bart de Haas, Dances With Wolves
Bart de Haas, Het Tután Project
Bart de Haas, Dances With Wolves
Dances with Wolves
Bericht uit de Canadese wildernis
Tekst;  Bart de Haas

Een immense onbewoonde wildernis waar grizzly’s, wolven, elanden en kariboes rondzwerven. British Columbia en de Yukon in Canada. Het domein van Nederlands enige echte woudloper Bart de Haas. Uit het dagboek van natuurmens Bart de Haas en wolven.

Het is een verstikkend hete augustusdag in de Yukon-toendra, een kleine honderd kilometer ten zuiden van de Arctische kust. Ik heb zojuist een nieuwe kompasstand berekend en laat het haarscherp uitgesneden ravijn van de Blow river achter mij liggen. Voor mij liggen de British Mountains, een kaal, boomloos glooiend gebergte. Zwoegend en struikelend klim ik tegen hellingen op die met wilgen- en graspollen begroeid zijn. Ik laat mij spontaan neervallen op een met bosbessen begroeide glooiing. Minutenlang blijf ik uitgeput liggen, dan beweegt langzaam mijn arm om enkele rijpe, sappige bosbessen te plukken. Het heerlijke vruchtensap verdrijft de vermoeidheid uit mijn lichaam en traag krijg ik weer oog voor de wildernis. Voor mij strekt zich een vallei uit waar enkele honderden kariboes zich ijverig tegoed doen aan de begroeiing.
Lager op de helling, zo'n vijftig meter bij mij vandaan, ligt een grote grijszwarte wolf ook te genieten van de levendige vallei. Na enige tijd komt er beweging in de wolf. Lui en sloom staat hij op en slentert onverschillig naar de verspreide kariboekudde. Koppen met geweien komen zo nu en dan omhoog en grazen daarna weer verder. Er heerst een vredige stemming. De wolf lijkt hier en daar zelfs een praatje te maken met zijn evenhoevige toendragenoten. Zo nu en dan stopt de wolf en steekt zijn neus in de lucht. Hij onderzoekt de geuren van de wildernis.
Door de opvoeding van zijn ouders, zijn instinct en door schade en schande heeft hij de geur van angst, voedsel, ziekte en dood leren kennen. Met mijn veldkijker zie ik nog drie andere wolven door de kariboekudde slenteren. Dit tafereeltje blijft nog enige tijd voortduren: snuiven, slenteren en de kudde inspecteren. Dan gaat de grote grijszwarte wolf over in een soepele draf, koppen komen waakzaam omhoog maar van enige verontrusting is nog geen sprake. De drie andere wolven zijn verdwenen, de grote heeft zijn route uitgestippeld en verhoogt zijn snelheid.
Honderden meters verder graast een oude kariboe, al vele bronsten heeft hij meegemaakt, ettelijke seizoenen de trekroutes van zijn voorouders gevolgd, van de beschutte naaldwouden naar de winderige toendra en weer terug. Dit jaar heeft hij grote moeite gehad om tijdens de achthonderd kilometer lange trek naar het noorden zijn familie bij te houden. Nu probeert hij zoveel mogelijk te rusten en energie te verzamelen voor de terugreis. Hij leeft eigenlijk al in reservetijd. De drang tot instandhouding van de soort, tot bescherming van de kudde is in zijn laatste seizoen verdwenen.

 

Strijdlust
De strijdlust is niet meer. Hij leeft nu op kosten van de kudde. De opgenomen energie uit de sappige toendraplanten verdwijnt in zijn lichaam om daarna zonder de kudde te dienen als warmte in de atmosfeer te verdwijnen. Plotseling kijkt de oude kariboe op, een rilling trekt door zijn bruingrijze lichaam. Zijn zintuigen waarschuwen hem voor naderend onheil. Met hoge snelheid komt de grote grijszwarte wolf in de richting van de oude stier. De ontstane angst dwingt de oude te vluchten. De stier verdwijnt in de wilgen maar verschijnt weer als hij over een kale helling galoppeert.

Dan komen de drie andere wolven tevoorschijn en drijven de oude stier weer terug. Enkele ogenblikken later zet de grijszwarte wolf zijn machtige kaken in de kariboehals en laat hem niet meer los. Zijn jachtgenoten werken de prooi naar de grond. De oude verdedigt zich niet meer, gelaten wacht hij op het einde. Een halve minuut later is de kariboe dood, zijn geest is op reis naar de eeuwige jachtvelden. Ook zijn laatste taak heeft hij volbracht. Zijn lichaam en energie wordt verdeeld over zijn medeschepselen. De rust is terug gekeerd, de kudde is weer gezond. De wolf en de kariboe zijn vrienden voor het leven.

In een opwelling loop ik in de richting van de wolvin en werp haar de sneeuwhaas toe.

Honger?

Veel moeizame en drassige dagen later zwerf ik langs Jonson Creek om zoveel mogelijk het immense ondoordringbare Old Crow Flats moeras te vermijden. Voedsel is schaars, mijn dagelijkse maal bestaat uit bosbessen, zalmbessen, aalbessen en waterplanten. Ik heb de laatste dagen geen klein wild gezien. Het plantaardige voedsel is niet voldoende om de energiebehoefte van mijn lichaam te bevredigen. De kariboes hebben al de neiging om naar het zuiden te trekken. Zo nu en dan zijn kleine roedels waar te nemen die zenuwachtig in de richting van de zon verdwijnen. Soms besluipt mij de gedachte om een kariboe te schieten maar dan laat ik dat idee weer varen. Zo sterk is de honger nog niet.
 
In gedachten volg ik de loop van de kreek tot mijn zintuigen bewegende struiken, grommende geluiden en de sterke geur van opengereten ingewanden waarnemen. Onbeweeglijk probeer ik er achter te komen wat er gaande is. Daarna nader ik uiterst behoedzaam de plaats waar grijze flitsen en groene wilgen bewegen. Dan zie ik vier wolven en een pas gedode kariboe. Bebloede koppen duiken in het kariboelichaam en verwijderen vakkundig de ingewanden. Als ik het "feestmaal" nader kijken, als op commando, vier wolvenkoppen met gespitste oren in mijn richting. Minutenlang staren wij elkaar aan tot ik langzaam in de richting van de dode kariboe schuifel. De wolven trekken zich discreet terug en blijven op dertig meter afstand de vreemde tweevoetige indringer met een bult op zijn rug observeren. De kariboe vertoont de verse sporen van zijn laatste worsteling om het leven. Ik snij met mijn jachtmes enkele stukken vlees van zijn achterpoot en berg het op in mijn rugzak. Beleefd groet ik mijn viervoetige broeders en bedank hen voor de gastvrijheid. Plechtig bedank ik het ontzielde kariboelichaam.
De wolven hervatten hun maaltijd en ik verdwijn weer tussen de wilgen. De wildernis is eigenlijk een grote familie waar niet alleen vreugde en ontroering heerst, maar ook angst en verdriet. Een gemeenschap waar de dood evenveel waarde heeft als het leven. Als reeds de ziel het lichaam verlaten heeft blijft men toch een zeer gewaardeerd lid van de grote wildernisfamilie. Ik ben nu een deel van die grote wildernisgemeenschap. De Old Crow rivier stroomt snel en is diep. Het grijze water zal dertig kilometer zuidelijker de brede machtige Porcupine river ontmoeten. Ik ben de gehele dag bezig om een vlot te bouwen als mijn zaag breekt. Woest smijt ik het restant tegen de rotsen van Mount Shaeffer, ik heb er genoeg van. Ik besluit langs de oever te overnachten. "Morgen komt er weer een dag".
Bij het knappend houtvuur kom ik tot rust, de vrede van de wildernis brengt kalmte in mijn geest. Het leven is een groot avontuur. Enige tijd later kruip ik met een tevreden gevoel in mijn slaapzak en sluit de tent af. De stemmen uit het water werken als een slaaplied, alleen mijn onderbewustzijn blijft wakker. Er zijn veel redenen om weer wakker te worden; het lichaam is weer uitgerust en hervat weer zijn levenstaak. Of het onderbewustzijn constateert een verandering in de omgeving. Mijn ogen openen zich en ik voel onmiddellijk de aanwezigheid van andere wezens. Voorzichtig rits ik de tent open en kijk recht in de snuit van een grijze wolf met donkere flanken. Minutenlang begluren wij elkaar. Dan begint de wolf nieuwsgierig aan mijn uitrusting te snuffelen en slentert rond het kampvuur. Ongetwijfeld ruikt hij de geur van mijn geroosterde sneeuwhaas.

Ik besluit maar op te staan en begin met het inpakken van de rugzak. De wolf is een en al belangstelling. Soms gaat hij er zelfs op zijn gemak bij zitten. Dan zie ik uit mijn ooghoeken een grijze beweging. Een andere wolf nadert het kamp. Het is een magere wolvin met een droevige blik in de ogen. Ze heeft jongen gebaard. De zware last van het moederschap heeft zijn tol geëist. Honger en vermoeidheid hebben plaats genomen voor de drang tot opvoeden en overleven. Wantrouwend blijft ze op een afstand van veertig meter de kampactiviteiten observeren. Als mijn rugzak bijna is ingepakt blijven ze mij vragend, bijna smekend aanstaren. Tot slot haal ik de pas geschoten sneeuwhaas uit de boom en probeer hem in de barstens volle rugzak te persen. Dan staan al hun zintuigen op scherp. De sneeuwhazengeur ontsnapt uit de plastic zak en zweeft naar de wolvensnuiten. De wantrouwende wolvin is nu een en al belangstelling. Een sprankje overlevingsdrift geeft haar de verantwoording van het moederschap weer terug. De geur van voedsel, de geur van overleven en de dood. In een opwelling loop ik in de richting van de wolvin en werp haar de sneeuwhaas toe. Even deinst ze terug maar dan neemt ze voorzichtig het hazenkadaver in de bek. Met glinsterende ogen kijkt ze mij enige tijd aan. Zie ik tranen? De wolven verdwijnen en ik blijf met een brok in de keel achter.

Het gebeurde geeft mij de energie om drie keer over de Old Crow rivier te zwemmen om mijn uitrusting naar de andere oever te brengen. Dan ligt er nog een dag wildernis tussen mij en Old Crow de Indiaanse nederzetting aan de Porcupine river.

Woudloper Bart de Haas
Bart de Haas organiseert survival- en wildernistochten in de Canadese natuur. Hij heeft een eigen outdoorschool, Taku Adventures.  Klik op onderstaande badge voor de website.

Taiga TrailsTrektochten & Cursussen Dag Activiteiten EFR TräningFoto'sReacties & ReisverhalenLinks