TAIGA TRAILS
Taiga Trails
Trektochten & Cursussen
Dag Activiteiten
EFR Träning
Foto's
Reacties & Reisverhalen
Links
Reacties Dagtochten
Vader/Zoon Weekend april 2013
Bushcraft mei 2012
Wolftracking 2012
Survival zomer 2011
Kano & Trektocht juli 2011
Kaart en Kompas cursus 2011
Trektocht voorjaar 2010
Reacties Back to Basic 2009
Visweek voorjaar 2009
Trektocht voorjaar 2009
Trektocht najaar 2008
Trektocht winter 2006
Trektocht winter 2005
Canada zomer/najaar 2005
Trektocht zomer 2005
Canada zomer/herfst 2004
Bart de Haas, Wildernisethiek
Bart de Haas, Dances With Wolves
Bart de Haas, Het Tután Project
Trektocht winter 2005
Het Laatste stukje wildernis van Europa 
tekst: Robert & Cynthia Zwetsloot
 

De tijd staat stil, rust! 

Genietend kijk ik door het raampje van het vliegtuig op weg naar Zweden. Terwijl de wereld onder mij voorbij vliegt, lijkt het hier in het vliegtuig wel of de wereld in diepe rust is. Behalve de stewardessen zit iedereen in dromenland waar onder ook mijn reisgezellen Cynthia en Merk. 
Met onze rugzakken van zo'n 27 kilo in het bagageruim zijn we op weg naar een van de laatste stukjes wildernis van Europa om een 7-daagse sneeuwschoentrektocht te maken.
 
Een wildernis waar je nog oog in oog kan komen te staan met groot wild zoals; beer, eland, rendier en wolf.
Anneli staat al op ons te wachten als wij het vliegtuig uitstappen en naar de bagageband lopen voor onze rugzakken. Anneli woont en werkt hier bij de plaatselijke VVV in Krokom en brengt ons naar Laxviken. Een dorpje met zo'n 84 inwoners, liggend aan een groot bevroren meer met rondom uitgestrekte wouden. Van het vliegveld naar Laxviken loopt een gravelweg die alleen in dit jaargetijde met spikes in de banden bereden kan worden. Laxviken is zo'n dorpje waar je nooit vreemde (toeristen) mensen ziet maar als je als toerist er door heen loopt je meteen naar binnen wordt geroepen om een kop koffie te komen drinken. Zo'n dorpje waar de mensen nog tijd voor elkaar hebben en wat voor elkaar over hebben. Echt zo'n dorpje waar de tijd heeft stilgestaan Na een schitterende rit met de auto, dwars door de wildernis, met af en toe plotseling vol in de remmen om overstekende rendieren te ontwijken, zitten we in een knus blokhutje. Buiten ligt ongeveer 1 meter sneeuw en het avondzonnetje schijnt over het bevroren Hotagen meer. We zitten te genieten op de kleine veranda van onze blokhut en aanschouwen de laatste zonnestralen die de wildernis, die voor ons uitgestrekt ligt, een licht roze tint geeft.
 
 
 
Ik ben moe van het reizen maar nu ik hier ben in deze omgeving wil ik maar een ding; rugzak pakken en erop uit trekken. Na een goede nachtrust gaan we de omgeving verkennen. We doen boodschappen in het volgende dorpje bij een tankstation. (is enige "supermarkt" binnen een straal van 50 kilometer..) We nemen de tijd om de omgeving te verkennen en praten met een oud echtpaartje die gezellig met z'n tweetjes aan het ijsvissen zijn. De vrouw laat trots de vis zien die ze deze dag hebben gevangen. De vis zal vanavond in een echt Zweeds gerecht belanden. Het liefst nodig ik mij zelf uit om vanavond aan dezelfde tafel te eten als dit echtpaartje maar ik durf het niet te vragen. Bij ons blokhutje aangekomen maken we dan ook maar zelf een goed Hollands gerecht met een hoop energie erin. Dit zullen we morgen nodig hebben als we beginnen aan onze sneeuwschoentocht. We maken onze rugzakken gereed voor het slapen gaan zodat we morgenochtend op tijd weg kunnen.

We lopen naar het huis van Dennis. Gisteren kwamen we hem tegen tijdens de verkenning van het dorpje, raakte aan de praat over de omgeving, de mensen en onze tocht. Dennis bezit een klein en knus pensionnetje in Laxviken. Hij bood ons aan om ons in Strorabranna te droppen. Dit is het beginpunt van onze tocht. Ik weet niet of je over een dorpje kan spreken als je het over Storabranna hebt want het is nog kleiner dan Laxviken, het heeft geen winkels, school of een kerk. Om in het dorpje te komen moet je over een bruggetje die over een brede rivier ligt. Deze brug komt voort uit de enige weg die door het dorpje loopt en welke uiteindelijk doodloopt tegen de wildernis aan. Het einde van deze weg is het beginpunt van onze tocht door de wildernis. Ik overhandig Dennis ons tripplan en vraag of hij het bier alvast koud wil zetten voor als we weer terug zijn over 7 dagen.

Een nat pak!
We vertrekken naar het Noordoosten. Al gauw moeten we onze sneeuwschoenen onderbinden omdat we te diep weg zakken met onze rugzakken van tussen de 24 en 27 kilo. De eerste paar pasjes gaan wat onwennig maar het went snel. Ik loop voorop en spoor het eerste gedeelte. De sneeuw lijkt wel poeder en ik zak steeds een halve meter weg. Na een paar honderd meter moet ik even op adem komen en ik voel de zweetdruppels al op mijn voorhoofd.
De zon schijnt fel en er is geen wolkje te bekennen. Overal om ons heen sporen van wild en je hoort en ziet niemand. Nu al het gevoel van ruimte, rust en vrijheid en we zijn maar net 2 kilometer buiten Storabranna. De wildernis ligt voor ons en wacht op ons.
Terwijl Merk voorop loopt met Cynthia in zijn spoor merk ik dat ik toch net te zwaar ben voor deze sneeuwschoenen en de sneeuwconditie. Bij elke stap die ik in het spoor zet zak ik tot halverwege mijn schenen weg ondanks de tails aan de sneeuwschoenen. Dit wordt een zware week denk ik en voordat ik het weet lig ik gestrekt in de sneeuw met mijn benen helemaal weggezakt. Hoe kom ik hier nu weer uit!? Merk ligt krom van het lachen terwijl Cynthia de leukste vakantiefoto's van mij schiet.
Heel voorzichtig sta ik weer boven op de sneeuw en doe wat voorzichtige stapjes naar voren. Ik doe net of ik over een bed met zijde lakens loop. Lichtvoetig en precies wetend waar je je voeten zet om maar geen kreukels in het laken te maken.
We zijn op weg naar een meertje met een diameter van ongeveer 300 meter. Aan de noordzijde van dit meer ligt een eilandje. Hier willen we kamp maken maar dan zullen we nog flink door moeten lopen en we komen nog heel wat hindernissen tegen.
We lopen door dichte bossen maar komen zo nu en dan ook in wat meer open gebied waar we uitzicht hebben. Hier lopen veel kleine stroompjes door het landschap. Het is lastig te zien door al de sneeuw dat is gevallen deze winter. We stuiten op een stroompje wat haaks op onze route ligt. Doordat de sneeuw over het stroompje heen ligt kunnen we niet goed waarnemen hoe breed dit stroompje is. Merk stampt zich een weg naar voren om zo een sneeuwbrug over het water te maken. In de zomer zal je over zo'n stroompje heen stappen maar nu is het maar gissen wat er onder deze 1,5 meter sneeuw ligt.

Nadat Merk veilig en droog de overkant heeft gehaald schieten Cynthia en ik over de sneeuwbrug van Merk. Veilig aan de overkant gekomen lachen we erom hoeveel moeite het kost om er overheen te komen. Cynthia pakt haar kompas en bepaalt weer de route. Ze begint haar vastgestelde richting te lopen maar zakt al snel weg tot haar benen helemaal verdwenen zijn in de sneeuw. "water, water" roept ze en probeert uit het gat te komen. Het gat wordt steeds groter en groter en natter. Merk en ik schieten vlug te hulp maar bij Cynthia staat het water onderhand al tot aan haar bovenbenen. Ze zakt steeds verder weg en haar eruit trekken lukt ook niet vanwege de sneeuwschoenen en de zware rugzakken. Vlug gooit ze haar rugzak af en we proberen haar op het droge te trekken maar vanwege de sneeuwschoenen moet ze in de moeilijkste posities kruipen. Uiteindelijk lukt het ons en we besluiten meteen vuur te maken om alle kleren en schoenen te drogen. De eerste dag en nu al natte voeten. "

 
 
Deze week kan nog leuk worden
Binnen 2 minuten hebben we vuur en een aardige houtvoorraad om hier een pauze in te lassen van een uurtje. Voorafgaand aan deze tocht hebben we geoefend om snel vuur te maken.
Dit is erg handig in de meest ongunstige en extreme omstandigheden. Nu schijnt het zonnetje en is het boven nul maar het kan ook slechter weer zijn en fors vriezen. Omdat we goede sneldrogende kleding aan hebben kunnen we vrij snel weer op pad. We zijn net 1 dag op pad en dan al zulke avonturen. Dit belooft wat….
 
Kamp maken in de sneeuw.
De zon zakt langzaam achter de horizon als we boven ons kampvuur sneeuw aan het smelten zijn. We hebben ons kamp opgezet aan een dichtgevroren meertje met achter ons het woud met denne-, sparre- en berkenbomen. Lange sluiers baardmos hangen in de bomen en het enige dat we nu nog missen om het een sprookjesachtig geheel te laten zijn, is de mist tussen de bomen. De nacht is koud als ik wakker word van de druk in mijn blaas. Vlug schiet ik in mijn kleren, trek mijn schoenen aan en kruip uit de tent. Het is windstil en verschrikkelijk helder zodat de sterren zich allemaal laten zien. Minuten lang staar ik naar de sterrenhemel, hoor de geluiden uit het bos en kruip nadat ik mijn behoefte heb gedaan weer in mijn slaapzak. Vervelend als je uit je warme slaapzak moet maar de omgeving maakt een hoop goed.
 

Nadat we ons kamp hebben opgeruimd lopen we in noordelijke richting over een sneeuwscootertrack verder. In de verte horen we een paar sneeuwscooters die vrij snel dichterbij komen. We besluiten van dit scooterpad af te gaan voordat we ondersteboven worden gereden en lopen richting de rivier. Deze volgen we totdat we een hangbrug tegenkomen waar we naar de overkant kunnen. De rivieren staan hoog door al het smeltwater en we zullen nog een rivier tegenkomen waar geen brug overheen is. Dit is een zorg voor later. We lopen verder, maken wat kruis- en retourpeilingen met ons kompas om te weten waar we precies zijn en volgen het spoor die de eerste van ons maakt.

We komen bij het meer waar ons tweede kamp gepland is en zijn al aardig op elkaar ingespeeld.
 
Het kamp wordt steeds vlugger ingericht. Merk graaft zich een weg naar beneden om een kampvuurkuil te maken. Cynthia zet de tent op en ik zorg voor hout voor het vuur en binnen 1,5 uur zitten we aan onze warme chocolademelk te genieten van de zonnestralen die ons nog wat warmte geven. We beginnen ons steeds beter aan te passen aan deze omgeving. We maken bankjes in de sneeuw om op te zitten, bouwen tafeltjes om onze mok op te zetten en trappen een pad in de sneeuw naar de plek waar we sneeuw halen voor het drinkwater. De wc is een paar honderd meter uit het kamp en voor dat we naar bed gaan hangen we het voedsel in de boom op ongeveer 200 meter buiten ons kamp.

Beersporen in de sneeuw!

Tijdens het ontbijt overleggen we de route voor de komende dag. De tocht gaat richting Almdalen. Dit is niet meer dan een aantal schuilhutjes voor jagers en vissers en een bergstation voor de reddingsdienst. Deze hutjes liggen als een hoefijzer midden in de wildernis tussen meertjes en stroompjes. De vegetatie hier bestaat voornamelijk uit berk en populier. Wat meer naar beneden gaat het over in dennen en sparren. Halverwege de tocht stuiten we op een berenspoor in de sneeuw. We meten de pootafdruk op en schatten in dat het om een groot mannetje gaat van zo'n 250 kilo. De sporen zijn ongeveer twee dagen oud. Hmm, je kijkt toch wel even om je heen….je weet maar nooit…..
 
In Almdalen woont een echtpaar het hele jaar door. Beiden zijn ze van de mountainrescue. Ze worden ongeveer 1 keer per jaar opgeroepen voor een zoekactie van een vermiste jager of visser die verdwaalt is. Hier kunnen ze niet van leven dus hebben ze allerlei baantjes erbij zoals een pensionnetje en onderhoud van sneeuwscooterroutes. Ze hadden hier al vanuit het dal gehoord dat er drie Nederlanders op weg waren naar Almdalen. We hebben nog een tijdje gekletst met het echtpaar en zij konden ons ook vertellen dat het berenspoor inderdaad van een groot mannetje is die net wakker was geworden uit zijn winterslaap. Hij is op weg naar het zuiden om de lente tegemoet te lopen. "Ojee, dat is dezelfde route als die van ons" gaat er nog door mij heen.
Deze nacht hoeven we geen kamp te maken. We blijven slapen in een van de schuilhutjes in Almdalen.
Een mooie afwisseling na een paar dagen te hebben gebivakkeerd in de sneeuw. Meteen beginnen we onze spullen te drogen en 's-avonds nemen we een heerlijke warme douche. Dit moesten we wel even een uurtje van tevoren melden want dan konden ze het water gaan verwarmen. Dit ging namelijk nog met hout. Wat kan het leven toch heerlijk simpel en mooi zijn.
Na een zweterige nacht, vanwege onze veel te warme slaapzakken, gaan we vroeg in de ochtend westwaarts. We worden uitgezwaaid door de mensen die hier in Almdalen wonen en door een groep toeristen die gisteravond laat zijn aangekomen met hun sneeuwscooter en huskyslee. Cynthia betwijfelt of deze groep ons uitzwaait of alleen willen bekijken wat een rare mensen wij zijn om met ons hele hebben en houwen op de rug in de winter door de wildernis te trekken. Ze moesten eens weten wat ze missen!!
 
Sneeuwhol.
Tussen een paar bergtoppen van een paar honderd meter hoog lopen we door de steeds dunner wordende begroeiing door. De wind wordt door deze pas geperst wanneer we aankomen op zo'n 700 meter hoogte. Het is hier een stuk kouder dan op onze slaapplaats vannacht. We besluiten om door te lopen en om de berg "Lill-Erfjallet" in zuidwestelijke richting te lopen. Dit terrein gaat wat meer naar beneden de bossen in en we hopen dat we een plek vinden voor onze bivak.
Deze dag willen we goed benutten om een mooi kamp te maken maar ook om een sneeuwhol te graven en wat aparte foto's te schieten.
 
Het is 15.00 uur als we aankomen op een geschikte plek voor ons kamp. Een open plek midden in het woud. Er stroomt een klein riviertje doorheen die dichtgevroren is maar op een punt bij een grote rots zichtbaar is. Hier kunnen we water pakken voor onze hete dranken en ons eten. Er staan wat dode bomen en baardmos is er in overvloed. Een ideaal plekje voor een winterkamp suggereert Merk maar in de zomer moet je hier je kamp niet opslaan. Als de sneeuw weg is zal dit plekje veranderen in een moeras gezien de vegetatie, dode bomen en het licht stromende riviertje. Ik begin hout te verzamelen zodat we het water uit het riviertje kunnen koken voor thee.
Wanneer ik terugkom met een voorraad hout voor de avond zie ik Cynthia en Merk in polonaise de sneeuw aanstampen. Onder de tenten stampen we de sneeuw aan zodat er een stevige ondergrond ontstaat waar we onze tenten op kunnen zetten. Als de mensen in Almdalen deze polonaise midden in de wildernis zien dan verklaren ze ons waarschijnlijk helemaal voor gek.

Tijdens het drinken van onze thee speuren we onze kampplek af voor een geschikte plaats waar we ons sneeuwhol kunnen graven. 30 meter achter ons tussen de bomen vinden we een geschikte plek. Er ligt ongeveer 2 meter sneeuw in de schaduw van de bomen. Merk en ik beginnen te graven maar stuiten al snel op een groot rotsblok. We beginnen een meter verder opnieuw en graven ons een weg naar beneden en naar voren totdat we een gat hebben van 1 m2. Vanuit hier graven we het sneeuwhol. Al vrij snel verdwijnt Merk in het in aanbouw zijnde sneeuwhol. Al de sneeuw dat we weggraven gaat boven op het sneeuwhol zodat we het hoger en steviger kunnen maken. We beginnen er gein in te krijgen en voordat we het weten is er een sneeuwhol voor ongeveer 4 personen met bedden en al. 

 

De ingang nog iets verkleinen en het plafond nog wat vlakker maken zodat het condenswater niet midden in het hol naar beneden drupt en klaar is ie. Cynthia heeft in de tussentijd een heerlijke pasta gemaakt wat er na al dat graafwerk goed in gaat. Het heeft nog in onze gedachten gespeelt om in het sneeuwhol te overnachten maar we zijn toch in onze tenten in slaap gevallen.

Walvissen door het ijs

Het is moeilijk om zo'n mooie plek de volgende morgen achter te laten maar we moeten verder. We waren iets van onze route afgeweken en willen deze dag ons kamp op de geplande plek maken Dit is aan de oostzijde van het meer "Stor-Foskvattnet". Hier stroomt een vrij grote rivier het meer in. Een goede basis voor een kampplek. Na 2 uurtjes lopen zien we in de verte "Stor-Foskvattnet". Een grote vlakke, witte ijsmassa met aan de westzijde een stuwdam.
Het ijs op dit meer is ruim een meter dik en we kunnen zien dat ze nadat er ijs op het meer lag de waterstand hebben laten zakken. Er zijn immens grote rotsblokken zichtbaar geworden doordat de ijsmassa is gaan zakken door het niveau verschil van het water. Volgens Cynthia lijkt het alsof er walvissen door het ijs heen beuken.
 
De rest van de middag gebruiken we om kamp te maken, ons te wassen en te genieten van deze fantastische omgeving. Merk zit uren op een rotsblok in zijn korte broek te genieten van het zonnetje en de omgeving. Verderop langs het meer zien we een kudde rendieren wat nog wat voedsel probeert te vinden.
 
Weersverandering.
Na een spectaculaire zonsondergang en een heldere koude nacht, trekken we onze bevroren schoenen aan, ontbijten en vertrekken weer. Deze dagetappe is niet zo lang maar we moeten over wat heuvels heen van een paar honderd hoogtemeters om vervolgens weer bij een meer uit te komen. In de zomer zullen de kleuren groen en blauw hier het meest overheersen. Nu is alles wit met uitzondering van de bomen. 's-Avonds besluiten we om morgen in een ruk door te lopen naar Laxviken. De afgelopen 2 dagen zagen we al een weersverandering aankomen maar dat zette niet echt door. Vandaag zakt de barometer wel langzaam door en er komt wat meer bewolking aan. Na een mooie week van zon willen we de laatste dag ons niet nat laten regenen dus
 
Na een mooie week van zon willen we de laatste dag ons niet nat laten regenen dus op naar de beschaving.
Onze verwachting qua weer klopt goed want hoe dichter we bij de beschaving komen en hoe later het wordt des te slechter wordt het weer. In de verte horen we het al onweren en zien dat de bewolking lager komt te hangen.
Het laatste stuk lopen we via een gravelweg van Alassen naar Laxviken. Dit is nog ongeveer 11 kilometer. We hebben er aardig de vaart in en de rugzakken zijn ook een stuk lichter geworden omdat we al ons eten op hebben. Er komen zo nu en dan wat auto's langs maar wij zullen dit laatste stuk ook nog lopen en besluiten niet te gaan liften.

It's an Elk, you're one day early.

Met nog ongeveer 4 kilometer te gaan zien we ineens de auto van Dennis op ons afrijden. Hij heeft ons naar het startpunt van onze tocht gebracht. De richtingaanwijzer gaat uit en Dennis stopt naast ons aan de kant van de weg. Als hij al verbaasd is om ons te zien laat hij dat niet merken. Hij gooit zijn portier open en wijst op een aantal sporen op de weg. Het enige dat hij zegt is "It's an Elk, you're one day early". Niet "Hey guys; wat fijn jullie weer te zien" of "Hoe was het?" Nee, dit is Dennis, een gewone, rustige verlegen vent. Geen uitspattende, enthousiaste man maar wel een gastvrije en oprechte vent met ontzettend veel kennis van de natuur waar hij altijd ieder moment van de dag mee bezig is. Wij kunnen Dennis enorm waarderen en besluiten de laatste twee nachten van onze vakantie in zijn pensionnetje door te brengen voordat we weer naar Nederland vliegen.
 
S-Avonds zitten we bij Dennis in zijn pensionnetje na te genieten van de trektocht. Weer volop luxe om ons heen. Een mega TV, douche, kachel, bed en voedsel in de koelkast. Ik weet alleen niet of mij dit zo gelukkig maakt. Tijdens de week in een van Europa's laatste stukje wildernis ga je de kleinste dingen waarderen en leer je met de omgeving, de kou en de natuur in harmonie te leven. Het zal pijn doen om dit gebied te verlaten maar we zullen van de zomer snel weer terugkeren om de schoonheid die deze wildernis elke dag ten toon spreid weer te kunnen zien. 
Je moet het alleen willen zien!
 
Taiga TrailsTrektochten & Cursussen Dag Activiteiten EFR TräningFoto'sReacties & ReisverhalenLinks